Hebben we wel punten nodig? En examens? Anders evalueren op het ensorinstituut in Oostende

  • 13 november 2014

Het waait. Hard. Een ijzige wind voert zilt, regen en herfstgekleurde bladeren aan. Gedaan met de lange zwoele zomermaanden, de herfst is daar en we zullen het voelen. Wanneer ik het Ensorinstituut binnenstap, voel ik meteen de guurte verdwijnen. In de gang word ik begroet door een paar vrolijke konijnenkostuums en een gezellige bedrijvigheid.

Ik schuif aan tafel bij Wim Becue (Directeur), Ronny Vanderstraeten (Adjunct-Directeur) en Caroline Elias (Technisch Adviseur Coördinator). Hun school durfde afstappen van het klassieke puntensysteem, durfde examens te laten vallen. In dit interview gunnen we jullie een blik op de bijzondere kijk op lesgeven en evalueren van deze school. Hoe ze vertrekken vanuit een creatieve aanpak met oog voor de leerlingen als persoon, als deel van hun eigen context en van daaruit gaan evalueren. Hoe ze dit realiseren over de richtingen en over de vakken heen, als school en als ijzersterk team en wat dat met hun leerlingen doet. En vooral; kennen ze dat nu nog, examenstress?

Het Ensorinstituut is een secundaire school met een waaier aan verschillende richtingen binnen A- en B-stroom (middenschool), BSO, TSO en KSO.

Goed tien jaar geleden dacht het Ensorinstituut na over de manier waarop ze hun studenten evalueerden en hoe ze hen opnieuw konden stimuleren om te studeren. In samenwerking met de centrale diensten van het GO!, stapten ze in een proeftraject om anders te gaan evalueren.

Een rapport zonder punten

kunstIn de eerste plaats vielen de klassieke punten weg, leerlingen krijgen een A,B,C of D-score, waarbij A staat voor prima en D voor té zwak. Die score krijgen ze niet voor een vak in zijn totaal maar voor elke doelstelling in het bijzonder. Voor elk vak worden namelijk een aantal doelstellingen geformuleerd die onder vaardigheden vallen (vb voor Nederlands kunnen de clusters  Luisteren, Lezen, Spreken,…zijn) en hierbij wordt op het rapport aangeduid hoeveel maal er een A,B,C of D behaald werd vaardigheid. In de eindbeslissing worden clusters van meerdere vakken, eigen aan de studierichting, als één geheel beoordeeld.

Wim Becue: “Ouders en leerkrachten moesten wel groeien in het nieuwe systeem en nieuwe ouders hebben het er soms nog moeilijk mee; ze zijn gewoon aan punten. Aan het begin van het schooljaar wordt het systeem uitgelegd op het infomoment maar ook daarna vragen ouders soms nog om uitleg, die kunnen ze altijd krijgen natuurlijk.”

Bij de uiteindelijke eindevaluatie wordt rekening gehouden met de clusters maar even belangrijk is de evolutie van een leerling. De beoordeling gebeurt op het geheel, het totaalplaatje wordt bekeken, er worden dus geen scores opgeteld om een totaal te bepalen want ook de nuances worden meegenomen.

Caroline Elias: “1 vak kan niet meer de totale slaagkans van de leerling bepalen, we houden ook rekening met evoluties en het totaalverhaal van de leerling. Oudercontacten volgen vlak na elk rapport: dan kan een B- of C- attest altijd uitgebreid gemotiveerd worden”

Ronny Vanderstraeten: “Door de erg gedetailleerde evaluatie, voor elk vak gedifferentieerd, krijgen we ook een veel genuanceerder beeld  van de leerling. De veelheid aan informatie maakt het gemakkelijk voor de leerkrachten om een eindbeslissing te nemen. Om te evalueren worden geen scores opgeteld maar kijken we echt naar het geheel.”

Wim Becue: “Met deze werkwijze is het ook duidelijker waar zich problemen voordoen en kan er sneller ingegrepen worden. Dan neemt de school contact op met de ouders om te bekijken waar het probleem zich situeert en wat eraan gedaan kan worden.”

Dag examens!?

Ook de examens werden aangepakt, afhankelijk van de richting worden er geen examens meer georganiseerd of niet meer voor alle vakken.

In de BSO-richting werden de examens volledig afgeschaft, zij kennen enkel permanente evaluatie. Deze leerlingen hebben het dikwijls moeilijk met grote hoeveelheden in één keer te leren, zelfs al lukt het hun wel om de kleinere delen afzonderlijk te beheersen. Een luxe voor de leerlingen? Niet helemaal.

leerlingen in groepCaroline Elias: “Onze leerlingen waren teleurgesteld met de afschaffing van de examens, voelden zich minderwaardig;  “ze zien ons zo al als de dommeriken, nu is het alsof we niks meer moeten kunnen.”

Tijdens de blok- en examenperiode wordt voor BSO nu dan ook een test-jezelf-week georganiseerd: de leerlingen krijgen testen waarmee ze kunnen laten zien welke vaardigheden ze onder de knie hebben gekregen in de praktische vakken. De resultaten worden getoond aan de rest van de school. De leerlingen werden hierdoor opnieuw geprikkeld en gemotiveerd, zijn fier op wat ze kunnen tonen en nieuwsgierig naar hun resultaten.”

In het 7de jaar BSO worden er dan wel weer examens gegeven, zodat de leerlingen zich toch de vaardigheid kunnen verwerven om een examen af te leggen. Bij de zoektocht naar een job worden ze daar voor sommige beroepen toch mee geconfronteerd, bijvoorbeeld bij een sollicitatie bij de politie of de stadsdiensten.

In de KSO en TSO-richtingen werden de examens wel behouden, zij het niet voor alle vakken, voor praktische vakken worden geen aparte examens afgenomen. Bij de doorstroming naar hoger onderwijs moeten de leerlingen immers de vaardigheid bezitten om grote hoeveelheden leerstof te beheersen. Er wordt wél anders gekeken naar de examens, zij maken in het Ensorinstituut een deel uit van de evaluatie maar vormen niet het absolute zwaartepunt. Evaluatie wordt immers in een proces gezien en ook met evolutie binnen dit proces en de leerling en zijn context wordt rekening gehouden.

Pré-examens

Ook de aanloop naar de examens werd aangepakt.

microscoopRonny Vanderstraeten: "We merkten dat de leerlingen niet meer studeerden voor de examens en vroegen ons af hoe dat kwam. We dachten na hoe we hen terug konden motiveren en kwamen op het idee om de traditionele periode van 3 weken die de herhalingsproeven en examens in beslag nemen, anders in te vullen. Er waren vakken waar nog weinig studiemotivatie voor was (bijvoorbeeld wiskunde of geschiedenis). Leerlingen zagen het nut niet in van sommige vakken, we hebben die pijnpunten per richting in kaart gebracht. Vorig jaar zijn we dan gestart met pré-examens: een soort kleine voorexamens die voor 10% meetellen voor het examen. Zo kunnen de leerlingen testen wat ze al kennen voor het examen. Tussen de pré-examens en examens, is er tijd voor consultmomenten, afhankelijk van het jaar en het vak zijn deze wel of niet verplicht. Leerlingen krijgen uitleg over hun vorderingen en kunnen nog uitleg bijvragen. We willen hiermee een soort rijpingsproces in gang brengen, de pré-examens zijn een soort teaser om hun resultaten te verbeteren bij de examens. Met een pré-examen krijgen ze zicht op waar ze al staan voor dat vak en als dat niet goed is, kunnen ze dit nog rechttrekken bij het examen.”

Na één jaar, kan er nog niet gesproken worden van een echte vergelijking maar toch is er een verschil merkbaar in het Ensorinstituut; er zijn betere resultaten merkbaar en leerkrachten en leerlingen hebben een goed gevoel over het systeem. De leerlingen voelen zich meer uitgedaagd en er is een soort bewustwording ontstaan door de pré-examens, het is voor de leerlingen vòòr de examens al duidelijk waar ze staan en zo kunnen ze zichzelf nog bijsturen.

De examenstress is niet verdwenen maar de pré-examens hebben de stressfactor wél verminderd. De examenperiode voelt voor de leerlingen wel nog altijd aan als een periode waar ze zich extra voor gaan inspannen en ze wachten in spanning af hoe ze het gedaan hebben. Dus de sfeer rond de examens blijft wel een beetje dezelfde.

Van anders evalueren naar anders lesgeven

Toen de leerkrachten anders omgingen met de evaluaties, begonnen ze ook het lesgeven anders te bekijken en begonnen ze meer na te denken hoe ze hierin creatief konden zijn. Vooral voor de leerlingen in de B-stroom merkten ze dat het moeilijk was voor leerlingen om de hele tijd stil te zitten en te luisteren. De leerkrachten zagen het dan ook als een uitdaging om te gaan onderzoeken hoe ze de leerlingen opnieuw konden motiveren en bereiken.

Omdat Oostende een aanzienlijk deel van haar bevolking in kansarmoede weet, maakt dit ook een groot deel van het schoolpubliek uit. De school kent een goed uitgebouwd zorgbeleid, waardoor zij ook veel GOK-leerlingen aantrekt (meer dan 60%). De school ging dan ook goed nadenken hoe ze kwaliteitsvol onderwijs kon aanbieden waar deze leerlingen veel aan hadden.

esthetiekMet het inspelen op bijzondere noden was de school allang bezig voor GOK zelfs nog maar bestond.

Toen Oostende een grote werkloosheid kende onder haar voornamelijk laaggeschoolde bevolking, ging ze meer investeren in wellness en toerisme, jobs die toegankelijk waren voor de Oostendse bevolking. Dit is ook het publiek van de school.

Wim Becue: “Veel ouders van kinderen met leermoeilijkheden hebben horen zeggen dat de leerlingen hier heel goed opgevolgd worden, dat is voor hen een reden om onze school te kiezen. Die mond-op-mondreclame is nog altijd de beste vorm van publiciteit.

Uit nadenken over anders lesgeven, vloeide automatisch ook de zoektocht naar andere didactische systemen voort. Zo zijn er bijvoorbeeld een openleercentrum, een economisch leercentrum, professioneel uitgeruste kapsalons en beautycentra, mode- en kunstateliers, en er zijn nieuwe infrastructuren op komst voor de hotelafdeling en voor de opleiding podiumkunsten (professionele theaterzaal). De leerlingen kunnen door de leerkracht naar het OLC (open leercentrum) worden gestuurd om aan iets anders te werken. Er werden ook studiewijzers en individuele leerplannen ontwikkeld.

Ronny Vanderstraeten: “Door de klassieke leermethode los te laten, konden we ook op andere manieren gaan uitdagen.”

Caroline Elias: “Leerlingen die in de B-stroom terechtkomen door het watervalsysteem, staan versteld hoeveel ze moeten doen.

Wim Becue: “De lessen worden ook anders opgebouwd. Leerlingen moeten bijvoorbeeld eerst iets gaan opzoeken in groep, dan moeten ze daar een powerpoint van maken. De powerpoint wordt voorgesteld in de klas, waarna de leerkracht de theorie geeft en hierbij kan referreren aan het opzoekingswerk van de leerlingen.”

Iedereen Talent

De basisvisie waaruit de school vertrekt is heel simpel: iedereen heeft een talent en het doel is dit talent te zoeken in een leerling.

Caroline Elias: "Ik kan zo blij zijn als ik een leerling in het 7de zie afstuderen, dan denk ik: ‘amai, die heeft het toch goed gedaan, die kan iets!”

De kracht van een team

Alle leerkrachten staan achter de schoolvisie. Omdat het moeilijker is om nieuwe leerkrachten te betrekken dan leerkrachten die de ontwikkeling meegemaakt hebben, wordt elke instromende leerkracht begeleid door een mentor.

Wim Becue: “Om alle leerkrachten samen te brengen en op één lijn te krijgen, hebben we een goede vakgroepwerking uitgebouwd. Op onze school wordt er samengewerkt door de leerkrachten over de verschillende afdelingen en over de praktijkt en algemene vakken heen.

Leerkrachten wisselen ideeën en materiaal uit, op deze school bestaan geen eilandjes meer. Dit vraagt misschien extra energie van leerkrachten maar het creëert ook een teamgevoel en groepsgeest.

Wim Becue: "Onze KSO-afdeling zorgt ook voor een speciale dynamiek in de school, ze leveren een meerwaarde door het leven, de vernieuwing en de creativiteit die ze aanbrengen. De werken van leerlingen worden ook altijd geëxposeerd, zo kunnen de leerlingen tonen wat ze doen en er fier op zijn en zien ze ook van mekaar waar ze mee bezig zijn.”

Dat het Ensorinstituut een aparte, unieke school is die als inspirerend voorbeeld kan dienen, dat lijdt geen twijfel. De warmte, gedrevenheid en aandacht voor het unieke van de leerlingen zijn hier vanzelfsprekend en ingebed in het schoolgebeuren. En dit wordt gedragen door een team dat niet bang is om te innoveren en creatieve wegen te bewandelen, om zelf een zoektocht te maken…

Middag. Een stroom leerlingen krioelt met hongerige magen door de gangen, tegen de stroom in verlaat ik het Ensorinstituut. Van de warmte naar de kou. Op de bus. Nog een laatste blik op de Mercator.

Lees ook: