De toetsen vinden plaats op school (tijdens de lesuren) en gebeuren via een computer, laptop of tablet. Alle leerlingen kunnen een aantal hulpmiddelen gebruiken zoals een NT2-woordenboek en een digitale markeerstift.
Leerlingen die recht hebben op redelijke aanpassingen of speciale onderwijsleermiddelen, gedurende het schooljaar waarin de Vlaamse toetsen worden afgenomen, hebben recht op behoud en gebruik van die aanpassingen en leermiddelen als ze de Vlaamse toetsen afleggen.
De Vlaamse toetsen zijn adaptief. Dat betekent dat de vragen zich aanpassen aan de voorgaande antwoorden. Geeft een leerling enkele goede antwoorden, dan krijgt die leerling daarna een reeks moeilijkere vragen en omgekeerd. De vragen zijn dus niet dezelfde voor alle leerlingen van de klas.
De leerlingen worden voorbereid via een kennismakingstoets zodat ze het toetsplatform en de hulpmiddelen leren kennen. Kinderen hoeven er thuis niet voor te studeren.